Coach Maestro Rolf Verbeek
informatief
25 januari 2026
Fotocredit: Hans van der Woerd

Rolf Verbeek: ‘De deelnemers zijn toch een beetje mijn kindjes’

Dirigeren lijkt zo makkelijk: met dat stokje zwaaien en dan komt er vanzelf muziek uit het orkest. Maestro-deelnemer Jamai Loman en zijn coach Rolf Verbeek weten beter. ‘Dirigent is een gek vak’.

“Dirigeren is dansen met je handen”, zegt Rolf Verbeek. Hij werd al jong gegrepen door de magie van de baton. Stiekem stond hij als jochie met de breinaald van zijn moeder te zwaaien bij de radio. Inmiddels is hij professioneel dirigent, onder meer voor het Nederlands Philharmonisch Orkest, en probeert hij in dit achtste seizoen van Maestro zijn vaardigheden over te brengen op de deelnemende BN’ers. Een ingewikkelde klus. “Dirigent is een gek vak. Je hebt kennis van muziek nodig, je moet overzicht kunnen houden en ook communicatieve vaardigheden zijn belangrijk.” Het is een flinke klus om dit allemaal onder de knie te krijgen, al hebben sommige deelnemers de mazzel dat ze iets van nature al kunnen. “Als Jamai Loman op de bok staat, trekt hij als vanzelf alle aandacht naar zich toe. Dat is een bijzondere gave.”

Dat was in de eerste aflevering van dit seizoen meteen te merken toen Jamai kijkers en jury versteld deed staan met een strak geleide ‘Guillaume Tell ouverture’ van Gioachino Rossini. En dat was nog zonder coaching ook. Jamai: “Ik dacht: als ik gewoon de maat blijf slaan, kom ik vanzelf aan in de haven. Dat dat meteen zo goed zou gaan, had ik zelf ook niet verwacht.” Toch was er tijdens de coachingsessies nog meer dan genoeg te leren voor Jamai, vertelt Verbeek. “Hij doet heel veel dingen heel goed, maar hij kan nog leren meer rust uit te stralen. Als je gespannen voor het orkest staat, kan dat overslaan op de musici.”

Contact maken

Voor Jamai vliegen Verbeeks dirigeerlessen voorbij. “Voor mijn gevoel duurt zo’n sessie een minuut of tien, maar meestal zijn we zo’n drie kwartier bezig. We oefenen op de houding, de maatvoering en contact maken met de musici.” Het belangrijkste leeraspect ligt misschien wel op het mentale vlak. “Ik leer dat je op de bok een uitvergroting bent van je eigen persoonlijkheid. Ik maak bijvoorbeeld soms te grote bewegingen. Dat heeft puur te maken met mijn eigen onzekerheid: op die manier probeer ik zekerheid te krijgen dat ze me volgen. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Voor een dirigent geldt: less is more.”

Of zijn leerlingen nu bezig zijn met dit soort mentale aspecten van het dirigeren of met de basisvaardigheden, Verbeek heeft respect voor ze. “Muziek is van oorsprong iets heel simpels, een zingend en dansend kind. Sinds een jaar of duizend proberen mensen muziek door te geven aan volgende generaties. Daar horen veel regels bij, en die zijn heel complex. De kandidaten in Maestro moeten het orkest anderhalve minuut lang laten musiceren. Dat kun je vergelijken met in anderhalve minuut proberen iemand te versieren in een taal die je nauwelijks spreekt.”

Back to top