Analist Tom Dumoulin kijkt vooruit op de Tour de France. Op de ploegentijdrit, de strijd om het geel en de berg waar hij zelf ooit met een biertje hoopt te staan: Alpe d’Huez.
De Tour de France van 2026 heeft meerdere onderdelen waarop oud-wielrenner Tom Dumoulin zich verheugt. Zoals de eerste etappe, een ploegentijdrit in Barcelona. In 2017 werd Dumoulin met de Nederlandse ploeg wereldkampioen op dat onderdeel. “Iedere koers heeft ploegendynamiek; de ploegentijdrit is echt het summum van een teamprestatie. Ik vind het jammer dat de regels aangepast zijn, waardoor nu de individuele tijden tellen. Hierdoor zullen klassementsrenners waarschijnlijk in de laatste kilometers ontsnappen om seconden te sprokkelen. Daar ben ik niet enthousiast over: als ploeg over de finish komen was juist de essentie van dit onderdeel.”
Wielerfans kunnen hun campers op Alpe d’Huez laten staan: de negentiende en de twintigste etappe finishen op deze col. Dumoulin houdt van ‘de Nederlandse berg’. “Er gaat een dag komen dat ik als fan op Alpe d’Huez sta, in de Nederlandse bocht, met veel bier. Ik vond het als renner geweldig om daar te rijden; je wordt er echt gedragen door het publiek.”
De strijd om de gele trui gaat volgens Dumoulin tussen Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. “Pogacar heeft de Giro niet gereden, Vingegaard wel. Normaal zou die extra rust in Pogacars voordeel zijn, maar misschien heeft het winnen van de Giro Vingegaard juist wel iets extra’s gegeven. Het kan heel spannend worden. Verder is er nog het Franse wonderkind Paul Seixas. Een ambitieuze jongen van 19 die de beste wielrenner ter wereld wil worden.